Laatst kwam ik iemand tegen die bij zo’n bedrijf werkt, een bedrijf waar geen risico’s zijn. Tijdens een netwerkbijeenkomst maakte ik kennis met Willem. Hij vertelde dat hij voor een kleine ICT bedrijf als freelance programmeur werkte. Op zijn vraag aan mij wat ik voor werk deed, vertelde ik dat ik BHV adviseur was.
“En wat doe je dan zo al adviseren?”,  vroeg hij. Ik vertelde dat ik onder andere bedrijfsnoodplannen schrijf, dat ik word ingehuurd door bedrijven die hun bedrijfshulpverlening willen (her) organiseren en BHV opleiders help om hun website te voorzien van relevante BHV gerelateerde blogartikelen.

Aan de bar bestelden hij een koffie en ik wilde graag een thee. Willem vertelde dat de BHV op zijn werk goed geregeld was. De directeur had een paar maanden geleden één medewerker uitgeroepen tot de BHV’er van het jaar. Dat hield in dat die persoon de cursus bedrijfshulpverlener moest gaan volgen. Hij vertelde dat zijn collega met frisse tegenzin zich had ingeschreven voor zo’n online BHV module, want de directeur had gezegd dat hij er zo min mogelijk geld aan “die onzin” wilde uitgeven. Aan de reactie van Willem te merken dacht hij er hetzelfde over. Hij lachte toen hij het mij vertelde, en ik glimlachte uit beleefdheid terug. Ondertussen had ik moeite om niet meteen te willen reageren. Naar mate zijn verhaal vorderde, dacht ik meer en meer: ‘Mariek, houd je mond, ga nou niet de BHV wijsneus uithangen. Laat hem vertellen. Verwonder je slechts….‘. Met kromme tenen en een lichte spierpijn in mijn kaken vertelde hij verder dat zijn collega was gezakt. ‘Wat voor loser ben je dan zeg!‘, hoorde ik hem zeggen. ‘Hoe kun je nou zakken voor een BHV cursusje?!’ had de directeur gezegd. Nou, inderdaad…

Al die tijd had ik mij keurig ingehouden, geïnteresseerd geluisterd en mezelf gedwongen om op mijn tong te bijten. Ik vroeg hem of hij wist hoe oud zijn directeur was. Willem keek me niet begrijpend aan en antwoordde:
“pfff… weet ik veel…. eind vijftig, begin zestig. Hoezo?”.
Ik zei: ‘wist je dat de meeste mannen die hartklachten krijgen, dat vaak krijgen tussen hun 55e en 65e jaar?’.
“oh, kan, geen idee. Maar wat wil je daar mee zeggen?”.
‘Als jouw BHV-loser-collega er nou eens niet iets, voor een afspraak buiten de deur, op vakantie, ziek, verzin het, weet jij dan wat je moet doen? Die directeur van jou maakt vast veel uren, gaat regelmatig goed uiteten om te netwerken en sluit de dag graag af met een flink borreltje houdt om te ontspannen. Mooie combinatie om in eens hartklachten te krijgen? Weet jij dan wat JIJ kunt doen op zo’n moment?’.
‘Ja, ‘tuurlijk wel, gewoon 1-1-2 bellen!’.
‘Dat sowieso, maar hebben jullie in het gebouw waar jullie bedrijf zit, een AED hangen?’, vroeg ik.
‘Zo’n schokkenkast toch? Ja, volgens mij wel. Dat iemand dan zo’n optater geeft, bedoel je?’.
‘Precies, zo’n ding ja. Maar dat is geen wondermachine, dat ding moet wel goed bediend worden door iemand die weet hoe hij of zij een hartmassage kan geven. Een beetje BHV’er wordt geleerd hoe hij of zij dat kan doen.’
Willem draaide met zijn ogen.
‘Ja, maar wat is de kans nou dat zo iets gebeurd?’.
‘Ik hoop dat het je nooit overkomt. Maar weet je, je staat er op zo’n moment wel voor. Even heel hard gezegd, als die directeur bij jou het leven laat, draait het bedrijf dan gewoon door of is het reëel om te denken dat dat wel eens tegen kan vallen?’.
De blik in zijn ogen veranderde. Ik zag hem denken. Dat was niet het scenario waar hij rekening mee had gehouden.

‘Euh… tja… nou, weet je …, zo heb ik het eigenlijk nog niet bekeken….’, zei hij.

In mijn ogen gaat het bij het organiseren van een goede BHV organisatie niet om mensen een bepaalde angst aan te praten. Want dan worden mensen bang, blokkeren ze en gebeurt er alsnog niets om het te verbeteren. Ik benaderen bedrijfshulpverlening liever vanuit het perspectief dat veiligheid kansen biedt, veel mogelijkheden kent en om het maken keuzes draait. Maar er is een groep mensen bij het woord “bedrijfshulpverlening” of “veiligheid” direct in de “laconieke grap-stand” komen.

Vlak voordat ik me naar de tramhalte haastte, de laatste tram naar Delft zou met een minuut of 10 vertrekken, kwam Willem nog even naar me toe. Of ik misschien mijn visitekaartje aan hem wilde geven. Ons gesprek had hem aan het nadenken gezet. Hij zei het met zijn directeur te gaan bespreken.

Kijk, dan heb ik toch weer iemand een klein beetje veiligheidsbewuster gemaakt!