Daar stond hij, bovenaan de glijbaan van het zwembad. Met glimmende ogen en een grote grijns. In één seconde was mijn aandacht verslapt en had hij een sprintje ingezet naar de trap. Hij was klaar om zich van de glijbaan te laten gaan. Ik hapte naar lucht – maar ik kreeg niet genoeg binnen om hard te schreeuwen. “Naar beneden!” piepte ik. “Nu! Nu meteen!“. Of hij het hoorde, geen idee, maar hij kwam wel de trap af. Enigszins verongelijkt. “Maar ma-ham, ik kan heus wel alleen hoor! De zwemjuf zei dat ik al best goed de vissenstaart kan!” Ja, ga daar maar als ouder tegen in. Net als bij die directeur die vond dat een halve dag BHV-training…

Eerst je diploma

Ik keek weer naar  het zwembad. Geschreeuw, geduw, gespetter. Grote kerels sloofden zich uit door bommetjes te maken. Kinderen, veel ouder dan mijn zoon, duwden elkaar onder. En die bodem… die leek veel dieper dan de 1,5 meter die op de kant stond aangegeven. “Je mag pas alleen zwemmen als je ook de kikkersprong, rugslag, borstcrawl en vlinderslag hebben geleerd. En oh ja, als je je zwemdiploma hebt. Eerder niet!“. Het idee dat hij als beginnende zwemmer alleen van die glijbaan zou gaan, gaf mij spontane hoofdpijn. En dat hij mij op dat moment echt niet de liefste moeder van de wereld vond, nam ik op de koop toe.

Overbezorgde moeder?

Wat zeg je? Weer zo’n overbezorgde moeder? Ik ken iemand die het waarschijnlijk met je eens is: de werkgever die ik dezelfde dag had gesproken. Niet in het zwembad, maar tijdens een netwerkborrel. En niet over zwemlessen hoor, maar over BHV. Want daar vertelde hij graag over. “Dus jij geeft BHV-advies?‘ zei hij, gevolgd door ‘Nou, dat heb ik niet nodig hoor. Ik heb een zeer succesvol bedrijf van bijna 250 medewerkers. Er zijn 3 BHV-ers die bijna altijd aanwezig zijn. Dus dat hebben we hier gewoon top geregeld.“, zei hij tevreden. Ik moest mijn best doen om mij niet in te verslikken toen ik slok van mijn thee nam. “Drie BHV’ers…. op 250 medewerkers…. “, vroeg ik voorzichtig, “en wat voor soort BHV-training hebben ze gevolgd?”. Hij grijnsde net zo breed als mijn zoon boven aan die glijbaan. “Ik heb een vriendje en die doet BHV, hij geeft wel vaker een BHV-training en zo. Hij zei dat dat prima in een ochtendje kon doen. Wel zo lekker natuurlijk want anders ben ik ze de hele dag kwijt. Ze hebben in hun eigen tijd de e-learningprogramma gevolgd, scheelt mij weer centjes. En op een woensdagochtend hebben ze een brandje geblust op het parkeerterrein, een verbandje aangelegd en een video over een reanimatie op het strand van Australië bekeken!“.

Investering versus rendement

Vier uur. Natuurlijk, voor een bedrijf is dat een pittige investering. Maar hoeveel tijd blijft er effectief over als je de late start en de lange koffiepauze er van af haalt? En weet je als BHV’er na een krappe 3 á 3,5 uur echt hoe je een beginnende brand kunt blussen? Hoe je eerste hulp moet verlenen? En hoe je – als het echt misgaat – een pand kunt ontruimen? Ook als het even niet volgens het boekje gaat? Wat is het daadwerkelijke rendement van zo’n ochtend?

Kiezen met je portemonnee

Begrijp me niet verkeerd, ik ben zeker niet tegen e-learning of blended learning. Voor elk budget is een passende BHV-training te vinden. Maar deze man was zo vol van zichzelf, over de manier waarop hij de BHV geregeld had. Maar hij had naar mijn idee een BHV-training te veel gekozen met zijn portemonnee in zijn hand. Hij had niet gekeken naar de risico’s, de omstandigheden, de behoeften vanuit de BHV’ers. Gewoon via-via, veel voor weinig en eigenlijk geen idee had wat BHV nu echt is en wat de toegevoegde waarde kan zijn. Een gemiste kans.

Afzwemmen

Wat zeg je? Alweer zo’n overbezorgde BHV-adviseur? Nou… een paar dagen later had ik een gesprek dat me aan het denken zette. Met de zwemjuf van mijn zoon. Ik vroeg haar wanneer mijn zoon kon afzwemmen voor zijn diploma. Ze begon te lachen, zij het enigszins schamper. “Uw zoon?? Die heeft toch nog maar 30 lessen gehad?“. Haar ogen fonkelden en niet op een prettige manier.
Ja… en dus?
Nou, dan zal het nog wel even duren hoor. Wij laten ze pas afzwemmen na een les of 60.“, ging ze verder.
60 lessen!” flapte ik eruit. “Zoveel? Dat is een dure grap zeg…!
Ze keek me bestraffend aan. “mevrouw… wat vind u nou belangrijker? Dat geld of de veiligheid van je zoon?

Oké, misschien ben ik een overbezorgde moeder. En soms ook een overbezorgde BHV-adviseur. Dus ik zal die bovengenoemde werkgever niet meer vermoeien met mijn adviezen. In plaats daarvan heb ik een beter idee. Ik laat hem een goed gesprek voeren met de zwemjuf van mijn zoon.