Een online bhv-register met daarin alle bedrijfshulpverleners in Nederland: een idee dat al jaren in verschillende vormen opduikt. Meerdere commerciële partijen en non-profitorganisaties hebben geprobeerd zo’n landelijk overzicht op te zetten. De gedachte is aantrekkelijk: één centrale plek waar je kunt zien of iemand bhv’er is. Maar welk probleem probeert men hiermee op te lossen? En helpt een bhv-register daar echt bij? En niet onbelangrijk: wie is er nu eigenlijk het meest gebaat bij deze informatie – de individuele bhv’ers, de werkgever, of toch vooral de opleiders?
Een landelijk bhv-register lijkt op papier best handig. Het zou de mogelijkheid bieden om snel te controleren of iemand een geldig bhv-certificaat heeft en hoe recent de laatste training is gevolgd. Dat kan bijvoorbeeld van pas komen bij een sollicitatie. Daarnaast zou zo’n register inzicht kunnen geven in de aantallen: hoeveel bhv’ers zijn er per regio of branche? Maar wat kun je vervolgens met die cijfers? Het minimaal benodigde aantal bhv’ers verschilt per organisatie en hangt af van de risico’s en werkomstandigheden.
Bovendien is de invulling van de rol niet overal gelijk. Bij de ene organisatie wordt onderscheid gemaakt tussen functies zoals ontruimer, ehbo’er en bhv’er, terwijl dat bij een andere werkgever juist niet gebeurt en een bhv’er daar alle drie de wettelijke taken uitvoert. Ook worden er verschillende termen gebruikt, zoals ‘basis bhv’er’ en ‘allround bhv’er’, bijvoorbeeld in de Rijksbrede standaard. Het verschil zit dan vaak in aanvullende opleiding, zoals een ehbo-diploma van Het Oranje Kruis. Daar komt bij dat er organisaties zijn waar de voertaal Engels is en waar men spreekt van ‘emergency responders’, al die verschillen maken het er niet duidelijker op.
In theorie zou je kunnen registreren op basis van competenties, maar ook dat lijkt mij in de praktijk lastig. Er is geen urencriterium voor een bhv-opleiding en instructeurs zijn niet altijd onafhankelijk in hun beoordeling. Daardoor ontbreekt een objectieve en betrouwbare basis voor vergelijking.
Een landelijk bhv-register roept in mijn beleving vooral veel vragen op. Allereerst: wie beheert de informatie? Een centrale database vraagt om continu onderhoud en duidelijke regie. Zolang niet duidelijk is wie die verantwoordelijkheid draagt en met welk doel, leidt dat tot verwarring en wantrouwen. Bhv’ers veranderen van functie of werkgever, behalen nieuwe certificaten, stoppen met hun rol of vallen (tijdelijk) uit door ziekte of overlijden. Wiens taak is het om dit door te geven en vooral ook op welke manier?
Daarbij is een dergelijk register ook privacygevoelig. Het bevat persoonsgegevens zoals namen, functietitels, locaties, beschikbaarheid en certificaatgegevens. In sommige gevallen wordt zelfs informatie opgenomen over gevolgde trainingen, competenties of inzetbaarheid. Daarmee gaat het verder dan alleen administratieve gegevens en raakt het aan iemands professionele profiel.
Dit soort informatie valt onder de privacywetgeving en mag niet zomaar worden opgeslagen of gedeeld. Zeker als niet duidelijk is wie toegang heeft tot het register, hoe lang de gegevens bewaard blijven en waarvoor ze precies worden gebruikt, levert dat risico’s op.
Ook het registreren van competenties lijkt mij een onmogelijke taak. De inhoud en opzet van bhv-cursussen verschillen sterk per aanbieder. Waar de ene training vooral theoretisch (bijvoorbeeld door middel van e-learning) is, legt de ander juist de nadruk op praktijkoefeningen. Niet altijd is duidelijk hoeveel uur iemand daadwerkelijk heeft getraind, welke onderdelen aan bod zijn gekomen en of de vaardigheden ook getoetst zijn. Er is geen landelijke norm voor wat een ‘bekwaam’ bhv’er precies inhoudt, en instructeurs zijn vaak in dienst van de opleider. Dat maakt objectieve beoordeling lastig. Hierdoor is het vergelijken van competenties tussen personen of organisaties weinig betrouwbaar en dus van beperkte waarde in een centraal register.
Tot slot spelen bij sommige initiatieven commerciële belangen een grote rol. In het verleden kon je je tegen betaling aanmelden voor een online bhv-register. Na betaling verscheen je naam op een website. Maar de daadwerkelijke meerwaarde van zo’n vermelding bleef voor mij onduidelijk. Kwam je nou op die pagina omdat je de factuur had betaald of omdat je daadwerkelijk goed opgeleid en getraind was?
In mijn ogen is een online bhv-register misschien een aardig idee, maar in de praktijk niet haalbaar. Bovendien zie ik de echte toegevoegde waarde niet. Wat naar mijn mening wél werkt, zijn kleinschalige en gerichte oplossingen. Een goed voorbeeld daarvan is de diplomachecker van Het Oranje Kruis. Wat mij betreft mogen certificerende partijen zoals CIBOT en NIBHV een beperkt overzicht bijhouden. De diplomachecker laat zien hoe het ook kan: met een registratienummer controleer je eenvoudig of een bhv-certificaat nog geldig is, zonder dat er een allerlei persoonsgegevens hoeven worden opgeslagen.
Vertel me ook je argumenten!


