• realistische BHV oefening

Maak realistische BHV-oefening niet te voorspelbaar!

Een actueel bedrijfsnoodplan is één. Opgeleide BHV’ers twee. En regelmatig een realistische BHV-oefening doen is drie. Bij dit laatste gaat het vaak fout, zeker bij scholen en kinderdagverblijven. Een gemiste kans. Want net als bij taal en rekenen geldt hier ook: van proberen kun je leren.

De bedrijfshulpverlening op een school moet net als overal goed geregeld zijn. Of misschien wel JUIST hier, omdat er kinderen aanwezig zijn. Je zou zeggen dat dat voldoende reden is om regelmatig een realistische BHV-oefening te doen. Oefenen is belangrijk voor zowel de individuele bedrijfshulpverlener als het hele team. Maar ook voor de andere collega’s en gebruikers van het gebouw of terrein. Daarom valt het mij op dat kinderdagverblijven en scholen vaker dan andere werkomgevingen geen realistische BHV-oefening doen. Vaak weten ze niet hoe ze het aan moeten pakken. En houden ze vast aan iets dat ze kennen: de instructie.

Volgens het boekje

Hoe ziet dat eruit? De kinderen, docenten en medewerker weten precies op welke dag en welk tijdstip de ontruimingsoefening plaats zal vinden. Een kwartier tot een half uur van tevoren vertelt de eigen juf of meester dat ze zich in rijen van twee moeten opstellen. En dat ze, zodra het alarm te horen is, snel hun jas aantrekken, hun rugtas opdoen en na het signaal van de docent rustig naar de verzamelplaats lopen. Op de seconde precies gaat de slow-whoop af en de kinderen doen precies wat hen opgedragen is. Binnen een paar minuten is de school ontruimd. Het hoofd BHV informeert de directie dat de oefening heel goed verlopen is. De bedrijfshulpverleners gaan weer terug naar de orde van de dag. Tevreden, omdat het actiepuntje ‘ontruimingsoefening’ kan van het to-do-lijstje gestreept worden.

Geen oefening, maar instructie

Waar hier wordt gesproken van oefening, zou ik dit een instructie willen noemen. Niets wordt aan het toeval overgelaten. En hoe belangrijk een duidelijke uitleg ook is, dit is op geen enkele manier een realistische BHV-oefening. Want in het echte leven, zul je zien dat op het moment dat de slow-whoop gaat, er een kind op de toilet zit. Zijn ze net met twee vriendjes langs de andere klassen om te trakteren bij de juffen en meesters. Zitten op de gang omdat ze moeten nadenken over iets dat ze hebben uitgevreten. Zijn aan het rennen en springen tijdens een gymles. Of kunnen de jongsten lang niet altijd zelf hun jas aandoen.

Bang voor de realiteit?

Als je vraagt naar de reden waarom scholen en kinderdagverblijven op deze manier ‘oefenen’, dan is het vaak omdat ze kinderen niet bang willen maken. Omdat het anders veel te veel tijd kost. Of omdat ze eigenlijk geen idee hebben hoe het anders kan. Dit verbaast mij zeer. Juist een goede docent kan veiligheid op een manier uitleggen zonder dat het heel eng wordt. Sterker nog, als kinderen weten wat ze moeten doen, vergroot je hun zelfredzaamheid. En dan kunnen zij ook bijdragen aan de veiligheid van anderen. Dit helpt de BHV’ers bovendien zich te concentreren op hun andere taken.

Bouw het stapsgewijs op

Betekent dit dat je altijd een onaangekondigde oefening moet doen? Nee. De ‘alles-of-niets’-methode wordt nog wel eens in gezet om te laten hoe slecht het gesteld is. Om een punt te maken naar iets of iemand. Ik raad dat af als de deelnemers (medewerkers, leerlingen) niet goed weten wat ze moeten doen. Hiermee ondermijn je vooral het  zelfvertrouwen van de BHV’ers, evenals het vertrouwen in de interne noodorganisatie. Daar maak je meer mee kapot dan je lief is. Bouw het liever in stappen op. Bijvoorbeeld door de leerlingen eerst te vertellen over wat BHV is, welke taken zij daarin in hebben en wat mogelijke (realistische) scenario’s zijn. Vervolgens ga je een keer ‘droog oefenen’: je neemt rustig een bepaald scenario door met de leerlingen. Daarna kondig je zowel een dag als een tijdstip aan voor een oefening. Gaat dat goed, dan beperk je je bij een volgende oefening tot de datum. De volgende stap is om alleen de BHV’ers en mogelijk docenten in te lichten. Als ook dit goed verloopt, plan je een oefening waarbij zelfs de bedrijfshulpverleners niet van tevoren op de hoogte zijn gebracht. Bij goed gevolg kun je de eigen opleider of instructeur een oefening laten verzorgen op een onbekende dag. Dan is het voor iedereen een verrassing.

Proberen = leren geldt ook voor de BHV!

Kortom: slechts één keer per jaar een (ontruimings)oefening doen, is in de meeste gevallen onvoldoende. Door meerdere keren te oefenen en de moeilijkheidsgraad op te bouwen, vergroot je de toegevoegde waarde. Zo doe je ervaring op en kun je leren van de gemaakte fouten. Kortom: ‘proberen =leren’. Juist kinderdagverblijven en scholen zouden dat moeten weten!

Vraag hulp!

Vind je het spannend om aan de brandmeldcentrale te zitten? Vraag hulp! Aan de persoon binnen de organisatie die wel geïnstrueerd is om het paneel in test te zetten. Jouw vaste opleider kan je zeker verder helpen. En wil je dat jouw BHV-oefening door een onafhankelijk deskundige wordt geobserveerd? Neem dan contact met mij op. Ik schrijf al mijn bevindingen, tips en adviezen in een heldere rapportage zodat jij en jouw BHV-collega’s aan de slag kunnen met concrete verbeteringen.

Neem contact met mij op!
2019-02-05T08:50:58+00:005 februari 2019|Categories: Opleiden en oefenen|Tags: , |0 Comments

Leave A Comment