Na de twee eerdere artikelen over de omgeving, gevolgd door het gebouw, nu weer een stapje naar binnen: de brandblusvoorzieningen in een gebouw.

Brandblusvoorzieningen in een gebouw

Na een interne verhuizing of verbouwing wil men nog wel eens vergeten om de blusmiddelen aan te passen. Dit geldt met name voor  ruimten die een andere functie hebben gekregen, . Een poederblusser bij een serverruimte is wat een kostbare vergissing. Ga eens met je collega-BHV’ers een rondje door het pand maken. Vraag jezelf af welke blusser waar in het pand hangt en of dat een goede keuze is of niet. Ga na of de blussers dusdanig geplaatst zijn dat zij  niet worden gehinderd door de te verwachten brand. Hoe hoog hangt de blusser? Bevindt de bovenkant van de blusser zich op maximaal 1 meter van de vloer? Staan ze los de op grond (erg gevaarlijk!)? Of hangt de blusser op een special beugel of in een statief? Is de locatie voorzien van een pictogram?

  • blusdeken; deze brandblusvoorziening kwam eind 2013 in het nieuws omdat de meeste blusdekens niet goed zouden werken en zelfs gevaarlijk zouden zijn. Toch hangen ze vaak in keukens van gebouwen. Wil jij weten of de blusdeken die jij hebt hangen, als veilig wordt gezien?
  • brandslanghaspelbrandslanghaspel; dit is een vormvaste brandslang die permanent is aangesloten op het waterleidingnet en is geschikt voor beginnende branden die vallen in brandklasse A. Ze zijn onderdeel van het pand en het onderhoud hiervan hoort (tenzij anders afgesproken) tot de verhuurder van het pand. De slang mag maximaal 30 meter lang zijn. Met de slang(en) moet je elk punt in het gebouw kunnen bestrijken. Dit is inclusief een worplengte van de waterstraal van 5 meter.
  • co2 blusserCO2 blusser; of te wel een koolzuurblusser. Deze blussers zijn geschikt voor het blussen van vloeistofbranden (brandklasse B) en branden in onder spanning staande apparatuur. Het grootste voordeel van dit type blusser is dat de blusstof (CO2) geen reststoffen achterlaat bij gebruik. CO2 wordt daarom onder meer toegepast bij hoogwaardige elektronische apparatuur waar niet geblust mag worden met op water gebaseerde blusstoffen zoals sproeischuim.
  • sproeischuimblusser; geschikt voor vaste- en vloeistofbranden (brandklasse A en B)
  • poederblusser; voor het blussen van vaste-, vloeistof- of gasbranden (brandklasse A, B en C)
  • blusinstallatieblusinstallatie; het is een grote investering maar als de bedrijfscontinuïteit er om vraagt wel een belangrijke! Een dergelijke installatie vindt je met name in serverruimtes.
  • sprinkler; hoewel films je wel eens anders doen geloven (daar zie je dat een hele vleugels of pand met sprinklers kan activeren door met een aansteker onder de smeltzekering te houden), werkt een sprinkler erg lokaal. Alleen de sprinklers die door hitte worden aangesproken, worden geactiveerd.
  • droge blusleidingdroge blusleiding; gebouwen die een vloer van een verblijfsgebied hebben die hoger dan 20 m dienen een droge blusleiding te hebben.
  • drukverhoginginstallatie; heeft het gebouw een  vloer van een verblijfsgebied boven de 70 m, dan is zal de opvoerhoogte van de pomp van een brandweerwagen onvoldoende zijn en is een pompinstallatie noodzakelijk.
  • (brand) compartimentering; dit is een deel van een gebouw dat bij brand als zelfstandige eenheid beschouwd kan worden. De brandcompartimenten moeten ervoor zorgen dat gedurende een bepaalde tijd van minimaal 20 minuten de vuur en rook tegengehouden kunnen worden, zodat er een veilige vrije vluchtroute gecreëerd kan worden.

 

Volgende week deel 4 en dan meer over de brandmeld- en alarmeringsvoorzieningen