Een bhv-cursus voor vrouwen, zag ik dat nu goed? Ja, het stond er echt! En dat terwijl ik in eerste instantie klikte op een bericht op Nextdoor over een reanimatiecursus bij mij in de buurt. Dezelfde opleider bood ook een Ladies Only-training aan: een bhv-cursus voor vrouwen. Ik moest even twee keer knipperen want waarom zou je bedrijfshulpverlening speciaal op vrouwen richten?
Wat is er anders aan brand blussen, reanimeren of eerste hulp verlenen als je een vrouw bent? Een brand maakt geen onderscheid tussen mannen en vrouwen, en een hartstilstand evenmin. Als bhv’er moet je toch gewoon iedereen kunnen helpen?
Maar toen ik het even liet bezinken, realiseerde ik mij dat voor allerlei doelgroepen bestaan activiteiten die zijn afgestemd op hun behoeften. Denk aan banenzwemmen voor 65-plussers, valpreventie voor senioren, cursussen haarvlechten voor vaders (zie vlechten voor vaders en vlechten en bier), of vakanties voor singles zijn heel gewoon. Mijn persoonlijke favoriet: middagje Outsiders waar je als ouder met je kunt lekker dansen. En laten we scharen voor linkshandige mensen niet vergeten?! 😄Waarom zou een doelgroepgerichte aanpak bij een bhv-cursus dan wél vreemd zijn?
Waarom een bhv-cursus voor vrouwen kan werken
Iedere bhv’er moet dezelfde basisvaardigheden beheersen. Maar dat betekent niet dat iedereen die op dezelfde manier hoeft te leren. Sommige deelnemers stellen makkelijker vragen en durven meer te oefenen in een groep waarin zij zich op hun gemak voelen. Dat kan een speciale vrouwengroep zijn maar ook binnen de eigen branche zoals Paard & Bhv , uiterlijke verzorging zoals kappers bhv of bhv in de tandarts- en orthodontiepraktijk.
Niet iedere doelgroepgerichte bhv-opleiding heeft hetzelfde doel. Soms draait het om de mensen die de opleiding volgen en de omgeving waarin zij zich prettig voelen. Soms gaat het juist om de risico’s en werkzaamheden binnen een bepaalde branche. En soms komen die twee samen. In alle gevallen is de vraag dezelfde:
wat maakt deze opleiding geschikter voor de deelnemers dan een standaardcursus?
Ervaring in de praktijk
Ik kan ook een voorbeeld uit mijn eigen praktijk geven. Tijdens een bhv-training die ik organiseerde voor een opdrachtgever in de sociaal-maatschappelijke sector gaf een instructeur uitleg over wat je moet doen als een kind heet water over zich heen krijgt. Omdat de groep cursisten grotendeels uit vrouwen bestond, zei hij iets in de trant van: ‘Als moeder trek je dan direct de luier uit.’
Een opmerking die op dat moment waarschijnlijk heel vanzelfsprekend leek, maar achteraf behoorlijk wat stof deed opwaaien. De instructeur werd erop aangesproken dat hij het woord ‘moeder’ had gebruikt, terwijl hij ‘ouder’ had moeten zeggen. Wat vermoedelijk bedoeld was als een herkenbaar praktijkvoorbeeld, groeide zo uit tot een flinke discussie over inclusief taalgebruik.
De vakkennis van de instructeur stond niet ter discussie. Sterker nog, met zijn voorbeeld probeerde hij waarschijnlijk juist aan te sluiten bij de deelnemers. Maar wat in de ene organisatie nauwelijks zou opvallen, kan in een andere organisatie behoorlijk gevoelig liggen.
Het laat zien dat aansluiting bij een doelgroep verder gaat dan de juiste praktijkvoorbeelden kiezen. Ook taalgebruik, omgangsvormen en de cultuur van een organisatie spelen een rol. Een goede instructeur hoeft het niet altijd perfect te doen, maar moet wel kunnen aanvoelen wat bij een groep past en kunnen omgaan met reacties wanneer dat een keer niet lukt.
Laat de bhv-cursus aansluiten op de praktijk
Die herkenning gaat verder dan achtergrond of identiteit. Neem een bhv-training in de horeca: wie de horeca alleen als gast kent, mist waarschijnlijk de hectiek achter de schermen, de hete apparatuur, wisselende bezetting, hoge werkdruk en gasten die niet direct begrijpen waarom zij naar buiten moeten.
Hetzelfde geldt voor een theater, school, zorginstelling, bouwplaats of kinderopvang. Oefeningen moeten aansluiten bij de aanwezige risico’s, mensen en voertalen. De praktijk waarin bhv wordt toegepast, hoort herkenbaar terug te komen in de opleiding maar ook in de instructeur.
Lopend of rollend naar buiten?
Stel dat je werkt in een gebouw waar dagelijks tientallen mensen in een rolstoel aanwezig zijn. Tijdens de bhv-training oefenen de deelnemers met een standaard ontruiming, waarbij iedereen zelfstandig naar buiten loopt.
Dan kun je na afloop zeggen dat de ontruiming is geoefend. Maar heb je ook geoefend wat jouw bhv’ers daadwerkelijk moeten kunnen?
Ik schat in dat het veel waardevoller is om samen met rolstoelgebruikers te oefenen hoe je hulp aanbiedt, welke afspraken nodig zijn en welke mogelijkheden en beperkingen het gebouw heeft. Uiteraard met hun instemming en een goede voorbereiding. Want veilig vluchten voor iedereen zou heel normaal moeten zijn, toch?
Of neem een organisatie waar veel medewerkers een andere taal spreken. Waarom zou je uitsluitend Nederlandstalige instructies geven als een deel van de deelnemers de uitleg daardoor onvoldoende begrijpt?
Een instructeur die de (moeder)taal van de deelnemers spreekt, kan dan een grote meerwaarde hebben.
Weet wie de cursus volgen
Misschien moeten we bij het organiseren van bhv-opleidingen veel vaker beginnen met een andere vraag.
Namelijk:
wie zijn onze medewerkers, welke situaties kunnen zij tegenkomen en wat hebben zij nodig om daarin goed te kunnen handelen?
Dat hoeft helemaal geen uitgebreide deelnemersanalyse te worden. Een goed gesprek met de opleider kan al veel opleveren. Vertel bijvoorbeeld welke talen er binnen de organisatie worden gesproken, met welke doelgroepen medewerkers werken en welke bijzondere risico’s of omstandigheden er zijn.
En vraag vervolgens hoe de opleider daar rekening mee houdt. Welke instructeur komt er lesgeven? Heeft die ervaring met jouw branche? Begrijpt die de bedrijfscultuur? En worden de oefeningen afgestemd op de situaties waarmee jouw medewerkers daadwerkelijk te maken kunnen krijgen?
Want een opleider kan tientallen uitstekende instructeurs hebben, maar dat betekent niet dat iedere instructeur even goed past bij iedere opdrachtgever.
De ene instructeur voelt zich als een vis in het water op een industrieterrein. Een ander heeft veel ervaring in de zorg. En weer een ander weet precies hoe je een groep met verschillende taalachtergronden actief bij de les betrekt.
Dat is geen zwakte, maar juist iets waar een opleider gebruik van kan maken.
Als je als opleider zegt dat je maatwerk levert, dan mag dat wat mij betreft verder gaan dan het logo van de opdrachtgever op de PowerPoint zetten.
Maatwerk begint bij begrijpen voor wie je de opleiding organiseert. En daar ligt ook een verantwoordelijkheid voor het hoofd bhv. Want als jij niet vertelt wat jouw organisatie bijzonder maakt, hoe moet de opleider daar dan rekening mee houden?
Koop je de goedkoopste opleiding, of de best passende?
Misschien werk je als hoofd bhv al jarenlang met dezelfde opleider. De cursusdata worden netjes gepland, de facturen kloppen en iedereen ontvangt na afloop zijn certificaat. Maar wanneer heb je voor het laatst gevraagd of de opleiding nog aansluit bij jouw medewerkers en de risico’s binnen de organisatie?
En als je een nieuwe opleider selecteert, hoeveel gewicht geef je dan aan de prijs? Natuurlijk speelt die een rol. Je hebt een budget en dat kun je maar één keer uitgeven. Maar goedkoop inkopen is niet automatisch hetzelfde als verstandig inkopen.
Een voordelige Nederlandstalige standaardcursus heeft weinig waarde als deelnemers de uitleg onvoldoende begrijpen. En een ontruimingsoefening schiet tekort als de mensen die in de praktijk hulp nodig hebben, tijdens de oefeningen buiten beeld blijven.
Dan kun je achteraf misschien tevreden zijn over de prijs, maar ben je ook tevreden over wat de opleiding heeft opgeleverd?
Een voordelige opleiding die onvoldoende aansluit op jouw organisatie, kan uiteindelijk een dure keuze blijken.
Vraag daarom niet alleen wat een opleiding kost, maar ook wat deelnemers na afloop daadwerkelijk kunnen.
Kunnen zij de risico’s op hun eigen locatie herkennen? Weten ze hoe ze moeten samenwerken tijdens een incident? En hebben ze geoefend met situaties die ze in hun eigen werkomgeving kunnen tegenkomen?
Uiteindelijk wil je geen verzameling certificaten, maar medewerkers die weten wat ze moeten doen als het erop aankomt.
Is een bhv-cursus voor vrouwen dan toch zo gek nog niet?
Terug naar die bhv-cursus voor vrouwen. En ja, eerst vond ik het wat overdreven want bhv is toch gewoon bhv? Maar hoe langer ik erover nadacht, hoe logischer het idee werd.
Dus niet omdat bepaalde doelgroepen andere bhv-vaardigheden nodig hebben (kan natuurlijk wel!) , maar omdat een prettige leeromgeving, herkenbare oefeningen en een passende instructeur kunnen bijdragen aan een betere opleiding.
Dat betekent niet dat we voor iedereen een aparte cursus moeten organiseren. Soms is een andere instructeur, voertaal of aanpak al voldoende.
Misschien is die bhv-cursus voor vrouwen vooral slimme marketing maar wat als het juist voorziet in een behoefte? En misschien is het nog wel vreemder dat we zo vaak voor een standaardopleiding kiezen, zonder ons af te vragen of die bij onze mensen past.
We stemmen bhv-opleidingen af op de risico’s binnen een organisatie. Waarom zouden we dat niet net zo vanzelfsprekend doen voor de mensen die de opleiding volgen?
Wat vind jij:
is doelgroepgerichte bhv een waardevolle vorm van maatwerk, of maken we het onnodig ingewikkeld?
Lees ook:
