Op dinsdag 20 januari 2015 werd op het Mediapark het seminar ‘bedrijfsveiligheid de feiten op tafel, georganiseerd. Ik was één van de 100 bezoekers die benieuwd was naar de resultaten van een groot landelijk veiligheidsonderzoek dat in opdracht van BHV.nl is uitgevoerd. Een verslag van deze middag:
Met een korte terugblik op 20 jaar bedrijfsveiligheid, heette directeur Henry Harmsen van der Vliet ons welkom. In drie thema-blokken (ambitie, continuïteit en in beweging) werden de onderzoeksresultaten gepresenteerd. Deze werden afgewisseld met een gastspreker per thema die zijn of haar ervaringen en inzichten deelde.
Er was gekozen voor een kwantitatief onderzoek. Dit hield in dat de onderzoeksresultaten gericht waren op aantallen. Bijna 200 mensen uit verschillende branches hebben meegedaan en de drie verschillende vragenlijsten ingevuld uit.
Het eerste thema werd ingeleid door Johan Prins, Health & Safety medewerker (Veiligheidskundige) bij Jumbo supermarkten. Hij vertelde dat bedrijfsveiligheid enerzijds wordt bepaald door de wet- en regelgeving. Anderzijds is de mate van bedrijfsveiligheid iets waar de organisatie zelf invulling aan kan geven: hoe veilig wil je als organisatie zijn?
Jumbo wil de veiligheid in de distributiecentra verhogen en in aanmerking te komen voor de titel ‘veiligste magazijn van Nederland’. Dat vraagt méér dan zorgen voor de juiste bordjes op de juiste plaatsen, maar ook om de juiste mindset. Medewerkers die niet veilig willen werken, zijn niet welkom bij Jumbo. Hij gaf een korte toelichting op de veiligheidscultuur ladder van Hudson zoals daar binnen zijn organisatie invulling aan wordt gegeven.
Uit het onderzoek bleek dat vrijwel alle respondenten (99%) zeiden dat de ambities voor bedrijfsveiligheid die er waren, haalbaar waren. Zo’n 9 van 10 mensen zei dat er voldoende kennis en middelen in huis was. Maar over het draagvlak over het realiseren van de ambities waren verdeeld. Denk hierbij aan veel gehoorde opmerkingen zoals ‘het gaat toch goed zo?’, en ‘hier gebeurt toch nooit iets?’ waren bij het publiek erg herkenbaar. Redenen om het vooral bij plannen te laten zijn met name tijd, prioriteit en geld.
Veiligheid en (bedrijfs) continuïteit willen elkaar nog wel eens in de weg zitten, zo vertelde Cees van Ingen. Hij is bedrijfsrechercheur voor o.a. Mc Donalds waar criminaliteit, ongelukken en calamiteiten op de loer liggen. Een bedrijf zoals deze hamburgerketen maar ook grote sportevenementen, concerten en gebedshuizen zijn bekend als een soft target. Dit zijn locaties waar veel publiek komt, daardoor een mogelijk voorkeursdoel vormt en waar(door) men in mindere mate alle voorbereidingen en beveiligingsmaatregelen kan nemen. Je kunt niet voor elke calamiteit of een dreiging daar van, de deuren sluiten. Wel kun je voorbereid zijn door passende maatregelen te treffen en regelmatig oefenen.
Hij noemde ter illustratie de OBE trein langs de meetlat leggen, waarbij de O voor de factor mens staat en de locomotief van de trein vormt, gevolgd door B ouwkundige (zoals hang- en sluitwerk) en E lektronische oplossingen (zoals camera’s en een alarminstallatie). Je bouwkundige en elektronische wagon pas laten rijden als er draagvlak in de organisatie-locomotief is.
In een business continuity plan (BCP) is beschreven hoe te handelen wanneer de continuïteit van het bedrijf in gevaar bedreigd wordt. In iets meer dan de helft van de ondervraagde organisaties was een BCP. Maar of dit alleen op de ICT-zaken gericht was, of bedrijfsbreed kwam niet uit de vraagstelling (en dus ook niet uit de resultaten) naar voren.
Het testen van het BCP door middel van oefening wordt zelden tot nooit gedaan: bij grotere bedrijven (+ 500 medewerkers) is de kans hierop groter dan bij kleinere organisaties ( minder dan 500 medewerkers). De kosten van een dag niet operationeel kunnen zijn blijkt maar bij een handje vol mensen bekend te zijn.
Ingrid Raben, werkzaam bij Optisport, vertelde over een ontruiming na klachten van bezoekers over prikkelende ogen. Het bleek dat een chloorpomp problemen veroorzaakte waardoor de concentratie dubbel zo hoog als normaal was. Ingrid gaf aan dat het belang de bedrijfshulpverlening op basis van de organisatierisico’s in te richten en maatgericht opleiden en trainen erg waardevol bleek te zijn.
Ook vertelde ze welke invloed een dergelijke calamiteit heeft waarbij je te maken hebben veel bezoekers, waaronder een grote groep kinderen, in combinatie met communicatie.
De resultaten vragen om een diepgaander onderzoek. Hoewel ik zelf niet de vragenlijst heb gezien, kreeg ik bij de presentatie van de onderzoeksresultaten sterk de indruk dat de gestelde vragen niet allemaal eenduidig te interpreteren waren. Wat zien de respondenten als een opleiding of een oefening? Heeft een ieder hetzelfde beeld bij een business continuity plan of niet? Daarnaast vond ik zelf dat er weinig verbanden gelegd waren (of konden worden). Hooguit dat er een verdeling werd gemaakt naar bedrijfsgrootte. Persoonlijk zou ik het interessanter vinden of er verbanden, verschillen en overeenkomsten tussen branches zitten. Dan krijgen de resultaten meer waarde.
Lees ook


