Hoeveel uur heb je nodig om iets te kunnen? De resultaten uit onderzoek verschillen. De ene onderzoekt houdt het op 10.000 uur. De ander op 20. Die 10.000 zou nodig zijn om een talent voor iets te ontwikkelen tot op ene topniveau. Maar dat is voor tal van situaties en mensen niet het doel. Ze willen iets leren om het goed (genoeg) te kunnen. Dan blijkt dat je met 20 uur al heel ver komt. Maar hoeveel uur voor een BHV-opleiding is dan nodig? Want daar wordt de 16 uur al vaak niet eens gehaald? Nee, liever een e-learning gecombineerd met een praktijkinstructie van maximaal 4 uur. Hmmm…. dat geeft toch te denken. Zeker na onderstaande situatie. #waargebeurd

Boven aan de glijbaan

Daar stond hij… mijn zoon. Bovenaan de glijbaan van het zwembad. Met glimmende ogen en een grote grijns. Eén seconde was mijn aandacht verslapt, toen ik naar zijn zusje keek. In die ene seconde had hij een sprintje gezet, naar de trap en naar boven. Nu stond hij klaar om zich van de glijbaan te laten gaan. Ik hapte naar lucht – maar ik kreeg niet genoeg binnen om hard te schreeuwen. “Naar beneden!” piepte ik. “Nu! Nu meteen!

Niet alleen zwemmen

Of hij het hoorde, geen idee, maar hij kwam wel de trap af. Enigszins verongelijkt. “Maar ma-ham, waarom mag ik niet gewoon zelf van die glijbaan? Ik kan toch zwemmen? Ik heb al 16 lessen gehad hoor!”. Een goed argument, besefte ik. Maar toen keek ik weer naar het zwembad. Geschreeuw, geduw, gespetter. Grote kerels plonsden in het water. Kinderen, veel ouder dan mijn zoon, duwden elkaar onder. En die bodem… die leek veel dieper dan de 1 meter die op de kant stond aangegeven. “Nee, nog niet“, riep ik. “Je mag zwemmen, maar alleen met papa en mama in de buurt.

Goed geregeld, toch?

Wat zeg je? Weer zo’n overbezorgde moeder? Ik ken iemand die het waarschijnlijk met je eens is: de werkgever die ik dezelfde dag had gesproken. Niet in het zwembad, maar in zijn directeurskamer. En niet over zwemlessen, maar over BHV. Want BHV… daar vertelde hij graag over. “Ik heb 3 BHV-ers die bijna altijd aanwezig zijn. Dus dat hebben we hier gewoon heel goed geregeld.“. “En…“, vroeg ik voorzichtig, “hoe zit het met de opleidingen?”. Hij grijnsde net zo breed als mijn zoon daar bovenaan die glijbaan. “Daar hebben we ook aan gedacht. Niet alleen hebben ze allemaal een e-learningprogramma gehad, ze hebben ook geoefend in de praktijk. Vier uur lang!

Te weinig, genoeg of te veel?

Vier uur. Natuurlijk, voor een bedrijf is dat een pittige investering. Naast de kosten van de opleiding zelf, mis ook een stuk productie. Maar het is de helft van het aantal zwemlessen van mijn zoon. Is dat voldoende? Weet je als BHV’er na vier uur hoe je een beginnende brand kunt blussen? Hoe je eerste hulp moet verlenen? En hoe je – als het echt misgaat – een pand kunt ontruimen? Ik geloof er niets van…

Wat zeg je? Alweer zo’n overbezorgde BHV-adviseur? Nou… een paar dagen later had ik een gesprek dat me aan het denken zette. Met de zwemjuf. Ik vroeg haar wanneer mijn zoon kon afzwemmen voor zijn diploma. En weet je wat je deed? Ze begon te lachen.

Maar mevrouw, hij heeft nog maar 16 lessen gehad!

Ja… en dus?

Nou, dan zal het nog wel even duren. Wij laten ze pas afzwemmen na een les of 60.

“60 lessen!” flapte ik eruit. “Zoveel? Weet je wel wat dat kost?”.

Zij keek me bestraffend aan.

Mevrouw… u wil toch dat uw kind leert zwemmen? Het gaat om de veiligheid van uw kind hoor! Zeker in een land als Nederland met zo veel water… Wat vind u nou belangrijker? Geld of de veiligheid van je zoon?

Oké, misschien ben ik een overbezorgde moeder. En een overbezorgde BHV-adviseur. Dus ik zal die bovengenoemde werkgever niet meer vermoeien met mijn adviezen. In plaats daarvan heb ik een beter idee. Ik laat hem een goed gesprek voeren. Met de zwemjuf van mijn zoon.