Veel bedrijven zuchten bij het horen of lezen van de ‘risico-inventarisatie en -evaluatie’. Ook afgekort tot RIE. Zo’n checklist van enkele pagina’s lang, opgesteld of gecontroleerd door een arbo-deskundige. Elk risico voorzien van een kleurtje dat de prioriteit aangeeft. Met als doel dat de hele checklist helemaal ‘groen’ wordt. Maar helaas blijft het bij organisaties hangen op die inventarisatie. En blijven die rode, oranje en gele vakjes gewoon wat ze zijn. Vijf jaar later wordt de RIE geactualiseerd en wordt bevestigd wat iedereen al wist: er is in de tussentijd niets mee gaan. En is het vooral een document gebleken dat onderin de lade lag, langzaam te vergelen.
Maar de RIE helpt juist organisatie om systematisch om te gaan met de risico’s, en dus onzekerheden. Wanneer de (geïnventariseerde) risico’s onvoldoende beheert worden, dreigen kwaliteit en processen te leiden tot schades. Het denken over risico’s (en dus de mogelijkheid tot schades) is een prima uitgangspunt voor een cultuurverandering. Want een organisatie die regelmatig kijkt naar risico’s, kan leren door kennis en ervaringen te delen.
Het uitvoeren van een RIE heeft geen enkele nut wanneer er niets mee gedaan wordt. En is dan eerder zonde van het geld en creëert een gevoel van schijnveiligheid (en schijnheiligheid). Bedrijven zijn vaak pas gemotiveerd om iets te veranderen wanneer de arbeidsinspectie langs komt of dat dreigt te doen. Maar een veiligheidsbewustzijn moet onderdeel worden van de organisatiecultuur. Anders heeft het geen enkele toegevoegde waarde. Als organisatie zou je er naar toe moeten (willen) dat medewerkers zelf het onderwerp veiligheid bespreken.
Cecile van der Velden heeft een model opgesteld waarbij zij vier ontwikkelingsfases van de RIE benoemd, namelijk:
In de eerste fase, de inspectiefase, zijn bedrijven bang om een boete van de arbeidsinspectie te krijgen. Medewerkers gebruiken alleen hun persoonlijke beschermingsmiddelen of zitten in een goede houding op hun stoel wanneer de dreiging van (arbeids)inspectie is.
De RIE-fase, of te wel de fase worden, wordt gebruikt om de risico’s te inventariseren op basis van een standaard document zoals een checklist en vragenlijst. Wanneer blijkt dat medewerkers die veel beeldschermwerk verrichten een grotere kans op een muisarm krijgen, lijkt de aanleiding te zijn om het werk meer af te wisselen of om de bekende onderbrekingssoftware te downloaden.
Nu de risico’s zijn benoemd wordt vastgelegd welke mensen, teams of bedrijfsonderdelen welke maatregelen moeten treffen om de veiligheid te vergroten.
In plaats dat bedrijven en hun medewerkers veiligheid ervaren als ‘onzin’, ziet men in dat het om ‘eigen veiligheid’ gaat en dat vooral zijzelf er belang bij hebben. Ze zien het dragen van dichte schoenen in een keuken als normaal. Men spreekt elkaar aan wanneer iemand zonder helm een bouwplaats wil betreden. En een ieder weet waar de grenzen zijn en wat er van hen verwacht wordt.
Medewerkers weten vaak beter dan wie dan ook waar de risico’s liggen en hoe die opgelost moeten worden. Maar die antwoorden krijg je vaak niet uit de checklist versie van de RIE. Interviews over de veiligheid op de werkvloer zijn erg waardevol en geven veel informatie en oplossingen.
Lees ook


