Elke schooldag zie ik hetzelfde gebeuren: chaos bij de basisschool van mijn kinderen. Even een korte schets. De straat is smal, met aan één kant geparkeerde auto’s. Het is geen doorgaande weg, maar loopt dood op een pleintje met huizen. Auto’s moeten dus keren. Aan de andere kant ligt een bruggetje dat veel middelbare scholieren gebruiken als snelle route naar hun fietsenstalling.
De school vraagt ouders al jaren om die straat tijdens haal- en brengtijden te mijden. Vriendelijk, maar duidelijk: “Kom niet met de auto.” En toch… het gebeurt. Elke dag weer. Het is een duidelijk voorbeeld van onveiligheid tegen beter weten in.
Ouders blokkeren het fietspad. Parkeren “even” op de stoep. Kinderen slingeren ertussen door op hun fiets of rennen over de weg. Het is een onoverzichtelijke situatie. En gevaarlijk. Juist door de combinatie van jonge kinderen, drukte en gehaaste automobilisten.
Vanuit mijn werk als adviseur in bedrijfshulpverlening let ik dagelijks op veiligheid. Daarom zie ik het misschien scherper dan anderen. Maar dit soort onveilige situaties, daar waar het níet zou mogen gebeuren – daar schrik ik van. Zeker als het gaat om kinderen.
Elke keer verbaas ik me weer. Wat gaat er door die ouders heen? Denken ze: “Het is maar heel even”, “Ik ben al laat, wat maakt het uit” of “Ik let heus wel op”? Maar juist dat ‘even snel’ is het probleem. Eén auto extra kan het overzicht verstoren. Eén moment van haast kan het verschil maken tussen veilig of gevaarlijk.
Het gaat hier niet alleen om andermans kinderen. Het gaat óók om je eigen kind. Hun vriendjes, klasgenoten, broertjes of zusjes. Juist daarom zouden we beter moeten weten. Waarom wachten op de campagne van VVN, tegen het einde van de zomervakantie?
In een ideale wereld zouden we dit soort gedrag niet accepteren. Zeker niet op plekken waar veiligheid voorop moet staan. We weten het allemaal: veiligheid is een gedeelde verantwoordelijkheid. Maar het begint bij gedrag. Weten wat veilig is, is niet genoeg – we moeten er ook naar handelen.
Veel scholen herkennen deze situatie. Maar wat kun je als school doen om onveilige situaties te voorkomen en ouders aan te spreken op onveilig gedrag tegen beter weten in?
Net als bij bedrijfshulpverlening op de werkvloer draait het om drie dingen: duidelijke afspraken, betrokkenheid en herhaling.
Plaats samen met de gemeente een bord bij de straat. Vermeld hierop duidelijk op welke tijden auto’s niet welkom zijn.
Een korte reminder in de nieuwsbrief helpt. Leg uit waarom de afspraak er is en vraag ouders dringend, maar vriendelijk, om zich eraan te houden.
Laat leerlingen of ouders flyers uitdelen bij de poort. Zo breng je het gesprek op gang en vergroot je het bewustzijn.
Een paar keer per jaar zichtbare aanwezigheid van een wijkagent of boa maakt al verschil. Alleen al het idee dat er gecontroleerd wordt, verandert gedrag.
Soms is een persoonlijk gesprek krachtiger dan regels of borden. Spreek ouders direct aan. Niet met verwijten, maar vanuit zorg. Vraag of ze zich bewust zijn van het risico en leg uit dat het gaat om de veiligheid van álle kinderen.
Op het werk spreken we collega’s ook aan op onveilig gedrag. Waarom niet ook bij school?
Als BHV’er weet je: veiligheid vraagt om voorbereiding, afspraken en gedrag. Diezelfde principes gelden ook bij scholen. Samen zorgen we voor een veilige omgeving – voor jong én oud.
Verkeersveiligheid rondom scholen is een gedeelde verantwoordelijkheid. Ouders, school, buurt en handhavers – allemaal spelen we een rol. Vaak is een kleine aanpassing genoeg: iets eerder van huis, een andere route, of gewoon even afstappen.
Laten we als ouders het goede voorbeeld geven. Net zoals we dat doen op het werk. Want uiteindelijk begint veiligheid altijd bij bewust gedrag – thuis, op school én op de werkvloer. Dus in plaats van onveiligheid tegen beter weten in, gaan we voor veiligheid voor iedereen.
Lees dan ook:


